Uit WikiMobi
Biogas pipes.jpg
217.182 bytes
Biodome-white.jpg
38.043 bytes
Biogas-train-amanda-in...
629.816 bytes
Biogas is een mengsel van hoofdzakelijk aardgas / methaan (CH4≈60%), kooldioxide (CO2 ≈40%) en enkele andere componenten in kleine hoeveelheden (o.a. water en H2S). Het wordt door anaerobe vergisting gevormd uit organisch materiaal. Biogas kan in ketels en gasmotoren worden omgezet in thermische en mechanische energie. Tevens kan het met een WKK (Warmte-KrachtKoppeling) of brandstofcel direct naar elektrische energie worden omgezet. Er is in Duitsland een demonstratieproject bij een rioolwaterzuivering. Biowkk rioolzuivering
Door aanpassing van de samenstelling, waarbij CO2 en verontreinigingen zoals H2S verwijderd worden, kan biogas worden opgewaardeerd (ook wel: opgewerkt) tot aardgaskwaliteit. Dit wil zeggen dat het gas uitwisselbaar is met aardgas. Ook voor aardgas is de belangrijkste component CH4. Wordt het gas opgewerkt tot Slochterenkwaliteit, dan heet het Nederlands groengas. Bij nog verder zuiveren ontstaat biomethaan, dat bruikbaar is als motorbrandstof of chemische grondstof. Het opwerken naar aardgaskwaliteit gebeurt al tientallen jaren.
Meer informatie over: Methaan (video)
Meer informatie over: Een simpele vergistingsinstalatie
The media player is loading...
Inhoud |
Definitie en algemene beschrijving
Tegenwoordig wordt in ontwikkelde landen steeds meer gebruik gemaakt van biogas van zowel afvalwaterzuiveringen als afvalstortplaatsen. In Nederland en België is dit algemeen gangbaar. Biogas wordt gebruikt in WKK’s (warmtekrachtcentrales) en nadat het is opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit als autobrandstof (zie CNG). In Nederland wordt opgewaardeerd biogas steeds vaker bijgemengd in het aardgasnet. Voor de toepassing van biogas in WKK´s hoeft biogas vaak alleen ontzwaveld te worden, maar opgewaardeerd biogas kan uiteraard ook gebruikt worden. Voor een overzicht van alle toepassingsgebieden is het volgende schema opgesteld:
Hierbij moet worden opgemerkt dat het methaan gehalte van de (bio)CNG anders is wanneer dit uit LNG wordt geproduceerd dan wanneer het gecomprimeerd wordt uit het aardgasnetwerk.
Groen gas in huishoudens: In de verduurzaming van de Nederlandse energiehuishouding is groen gas één van de transitiepaden. De Werkgroep Groen Gas van het Platform Nieuw Gas (PNG) heeft in het rapport Vol Gas Vooruit de kansen en mogelijkheden van groen gas in de Nederlandse energiehuishouding beschreven. De ambities zijn bevestigd in de Innovatieagenda Energie. De PNG-visie Vergezichten in gas en de Energietransitiestrategie van het Regieorgaan Energietransitie geven groen gas een inbedding in het beleid voor een duurzame energievoorziening (gasrotonde, flexibele gasinfrastructuur).
Rijden op groen gas: Eén van de in Vol Gas Vooruit genoemde toepassingen is voor mobiliteitsdoeleinden. De transportsector is de snelst groeiende energieverbruiker in Nederland, en veroorzaakt meer dan 20% van de totale CO2-uitstoot in Nederland, en 66% van de NOx-emissie. De stimulering van aardgas als brandstof maakt de transitie naar groengas mogelijk. De transitie naar groengas leidt, naast lage fijnstof en NO2 emissies, tot een vrijwel CO2-neutrale mobiliteit. Dat helpt de Nederlandse overheid de CO2-doelstelling te behalen. Een tweede argument om biogas juist (ook) voor mobiliteit in te zetten is het vermijden van milieukosten: zo gerekend levert biogas in de mobiliteit meer op dan als aardgasvervanger in elektriciteitsproductie, omdat de schadeprijs voor NOx en fijnstof (voorlopig) veel hoger is dan van CO2 en de grotere blootstelling aan verkeersemissies (daar waar mensen wonen en werken) meer impact heeft op de volksgezondheid.
De elektriciteit die door biogas opgewekt kan worden, kan ook gebruikt worden voor de aandrijving van elektrische auto´s. In het onderstaande artikel wordt een antwoord gezocht op de vraag wat nou duurzamer is: gas in een verbrandingsmotor stoppen of er eerst elektriciteit van de maken en daarmee een elektrische auto aandrijven. Meer informatie over: Wat is beter: aardgas of biogas gebruiken als brandstof voor de automotor of voor elektriciteitsopwekking ten behoeve van elektrisch rijden
Biogas in WKK’s: Biogasinzet in warmte-kracht-koppelingsinstallaties (WKKs) is potentieel de meest efficiënte toepassing. Het is ook relatief eenvoudig te realiseren met lage investeringen in installaties. Momenteel is dit ook de meest voorkomende toepassing. Hierbij wordt elektriciteit en warmte geproduceerd en na reinigen van de rookgassen kan ook de CO2 worden benut. WKKs zijn alleen het meest efficiënt als alle warmte nuttig kan worden toegepast. In veel gevallen kan de warmte echter slechts ten dele worden benut en wordt de CO2 uitgestoten. Biogasproductie is een continu proces. Het aantal locaties waar alle warmte het hele jaar door kan worden benut is beperkt, met name doordat warmtevraag over het algemeen seizoensafhankelijk is.
Stadsverwarming, fabrieken en kassen: Innovatie inspanningen zijn erop gericht deze benutting te verbeteren. De warmte kan worden benut voor stadsverwarming, voor inzet in fabrieken en kassen. De CO2 kan eveneens worden benut in kassen na rookgasreiniging. Dan nog is er vaak een biogasoverschot. Daarom is het van belang dat ook andere toepassingen van biogas worden ontwikkeld. In voorkomende gevallen kan het (ongezuiverde) biogas worden gebruikt in een fabriek als aardgasvervanger. Een andere mogelijkheid is de inzet als groen gas.
Historie
Denemarken liep voorop met de invoering van centrale biogasinstallatie, zij hadden in de jaren negentig van de vorige eeuw al vele installaties in gebruik. In Duitsland zijn tussen 2003 en 2008 vele biogasinstallaties gerealiseerd, in Nederland kwam de opkomst pas rond 2006.
[Draag bij aan het uitwerken van dit onderwerp, deze tekst graag aanvullen met informatie over: De geschiedenis van biogas, waar en wanneer werd dit gas voor het eerst gebruikt]
Technologie
Biogas: Biogas ontstaat bij zuurstofarme vergisting (het omzetten van koolhydraten door micro-organismen) van natte biomassa en bestaat hoofdzakelijk uit methaan (55-65%) en CO2. Door het relatief lage methaangehalte in vergelijking met aardgas is de verbrandingswaarde van biogas minder dan die van aardgas. Biogas voor het wegverkeer wordt over het algemeen opgewerkt of opgewaardeerd. Daarbij wordt CO2 geheel of gedeeltelijk verwijderd.
Meer informatie over: Processtappen biogasinstallatie
Meer informatie over: Werking biogasinstallatie
The media player is loading...
Groengas en Biomethaan: Voor invoeding in het aardgasnet moet biogas opgewerkt worden naar dezelfde kwaliteit als aardgas. In Nederland wordt via het gasnet de zgn. Slochteren (of ‘Groningen’) kwaliteit geleverd (ook L-gas). Opgewerkt biogas met dezelfde kwaliteit als aardgas heet groen gas. Groen gas kan direct worden toegepast of in het aardgasnet worden bijgemengd en administratief (via groengas certificaten) worden toegerekend aan de gebruiker (het wegverkeer). De verontreinigingen in biogas zijn kooldioxide, H2S en waterdamp. Deze kunnen makkelijk en goedkoop worden verwijderd, dat resulteert in biomethaan. Biomethaan is bijna zuiver methaan. Bron: AgentschapNL Bio-LNG
BioLNG: Ook kan een aparte biogasdistributie- en tankinfrastructuur worden aangelegd. Dit kan op verschillende manieren: door gezuiverd biogas te comprimeren dan wel te liquificeren (vloeibaar maken door te koelen tot -163 graden Celsius) en per tankwagen te vervoeren of door het direct per pijpleiding naar de pomp te vervoeren. Bij aanleg van een aparte infrastructuur kan een afwijkende kwaliteit worden gebruikt. Na liquificeren spreken we van bio-LNG (liquefied biogas). Bio-LNG kan direct als motorbrandstof worden ingezet of worden omgezet in Bio-CNG. De keuze voor de infrastructuur hangt af van locale mogelijkheden en de vraag of het wenselijk is voertuigen op bio-LNG te laten rijden. Ook speelt een rol dat biogas uit meerdere bronnen komt (GFT afval, mest, rioolslib etc.) met weer andere productiemethoden.
Tabel: overzicht van verschillende biogasproducten en hun energiedichtheid
| Biogas | Aardgas (Slochteren) | Groen gas | (Bio) methaan | (Bio)LNG | |
| Methaan | 55-65% | 81% | 88% | >97% | >98% |
| CO2 | 35-45% | <1% | 12% | <2% | <1% |
| Energiedichtheid (1Bar T=20°C, MJ/m3) | ±22 | 31,7 | 31,7 | 36,5 | 36,5 |
| Energiedichtheid in voertuigtank (MJ/l) | 4,4 | 6,3 | 6,3 | 7,3 | 22 |
Rendementen, theorie en praktijk
De energie inhoud van 1 m3 biogas is 60 tot 65% van die van aardgas. Door de op dit moment beschikbare processen voor het opwerken van biogas blijft de energie inhoud vrijwel volledig behouden. Het verlies aan methaan kan kleiner dan 1% zijn. Hier staat wel energieverbruik voor het opwerkingsproces tegenover. Opgewerkt biogas kan met dezelfde apparatuur en met hetzelfde rendement als aardgas worden toegepast.
Biomethaan kan de biobrandstof zijn met de hoogste opbrengst per hectare. Bron: Agentschap, Bio-LNG transportsector
Praktijkstatus (lab of productie, schaal, ervaring)
Beschikbaarheid
Biogas installaties worden op grote schaal gebruikt. In 2008 werd in Nederland 255 miljoen m3 aardgasequivalent aan biogas geproduceerd. Bron: CBS
[Draag bij aan het uitwerken van dit onderwerp, deze tekst graag aanvullen met informatie over: Praktijkstatus biogas.]
Grondstoffen en leefomgeving
Emissies
Biogas ontstaat per definitie uit organisch (biogeen) materiaal. De CO2 in het biogas draagt daarom niet bij aan klimaatverandering. Bij de verwerking van het biogas is belangrijk dat er geen lekkages aan methaan (CH4) ontstaan, aangezien methaan een veel sterker broeikasgas is dan CO2. De GWP-factor (Global Warming Potential) voor methaan is circa 25 keer die van hetzelfde gewicht aan CO2. Bij te grote lekkages kan het effect van energieopwekking teniet worden gedaan.
Cijfers Groot Brittannië: Onderstaand kader vergelijkt de CO2-besparing bij een aantal verschillende vormen van biogasinzet in de Britse situatie. Biogasinvoeding in het aardgasnet geeft een aanzienlijk hogere CO2-reductie bij verschillende vormen van eindgebruik (waaronder mobiliteit) in het geval er geen lokale bestemming is voor de warmte bij WKK. De efficiëntie van biogas in de mobiliteit kan het opnemen met die van elektriciteitsopwekking.
| Options for use of 100 m3/hr of biogas production | CO2 saving/ Tonnes per annum |
|---|---|
| AD + on site electricity (assuming no use for waste heat) | 754 |
| AD + on site electricity and heat | 1,723 |
| Biogas Injection - Transport end use | 1,305 |
| Biogas Injection - Heating end use | 1,026 |
| Biogas Injection - Electricity end use | 1,567 |
| Biogas Injection – average | 1,299 |
(AD = anaerobic digestion)
Bron: REA (Renewable Energy Association, UK)
Omgevingsbelasting
[Draag bij aan het uitwerken van dit onderwerp, deze tekst graag aanvullen met informatie over: Omgevingsbelasting Biomassa.]
Toekomst
Biogas Potentieel: Er is volgens ‘Vol Gas Vooruit’ potentieel om in Nederland in 2020 8-12% aardgasvraag te vervangen door gezuiverd (opgewerkt) biogas en synthetisch aardgas SNG uit biomassa, waarvan 1-3 %-punten door vergisting en de rest door vergassing (dus SNG). Het Rijk heeft in de Innovatieagenda Energie deze inschatting overgenomen als doelstelling, en bovendien als trend naar 2050 vermeld dat 50% van het aardgas is vervangen door groen gas.
In Nederland wordt jaarlijks zo’n 40 miljard m3 aardgas gebruikt, 8-12% daarvan is 3,2 - 4,8 miljard m3 aardgas. Zou die hoeveelheid alleen voor mobiliteit worden ingezet, dan gaat het om een vervangingspotentieel van >25% van de transportbrandstoffen (in 2007 werden 13,4 miljard liter benzine en diesel verbruikt, dit komt energetisch overeen met ongeveer 13-14 miljard m3 gas; in 2020 zal het verbruik van transportbrandstoffen hoger liggen).
Volgens CBS produceerde Nederland in 2007 6.391 TJ (vermeden verbruik van fossiele primaire energie) aan biogas, afkomstig uit stortplaatsen (1.406), rioolwaterzuivering (2.132), landbouwbedrijven (1.441) en overig (1.412). Dit komt overeen met inzet van 0,5 mrd m3 biogas. De groeimogelijkheden voor biogasproductie zitten vooral bij de categorieën landbouwbedrijven (covergisting van mest en energiegewassen of reststromen) en overig (GFT, reststromen uit voedsel- en genotsmiddelenindustrie = “VGI”). Zo heeft de agrarische sector samen met de Nederlandse overheid de ambitie uitgesproken om tegen 2020 ca. 450 co-vergistingsinstallaties oftewel ca. 1,5 miljard m3 biogasproductie te plaatsen. Als dit wordt opgewerkt tot groengas, kan hiermee ongeveer 3% aardgasgebruik worden vervangen. Bron: CBS Wat betreft GFT- en VGI-afval is de tendens om vergisters vóór te schakelen aan de composteringsinstallatie: eerst vergisten, dan compost maken uit het digestaat. Lees meer over: Wat is beter: alleen composteren of ook vergisten?
Onder “overig” vallen ook reststromen van vloeibare biobrandstofproductie (concrete voorbeelden van deze combinatie: BER, Greenmills) en uit bioraffinage (biogas als laagste stap in de cascade). De Dutch Roadmap Biorefinery (WUR, nog niet gepubliceerd) benoemt een groot aantal bioraffinageketens waarin biogas een rol heeft.
Buitenlandse potentieelinschattingen:
- Het Europese project BIOCOMM (Altener) schatte in 2005 het potentieel voor biogas op 20% van het aardgasgebruik in EU-15, equivalent aan 29% van de transportbrandstoffen (grondstoffen energiegewassen en mest); het UBA schatte in 2005 het Oostenrijkse potentieel op 27% van de transportbrandstoffen in dat land; het Wuppertal Institut schatte in 2006 het Duitse potentieel op 10% van het aardgasgebruik in 2020, hetgeen overeenkomt met 18% van de transportbrandstoffen. Bron: [Overzicht uit presentaties van Peter Boisen, ENGVA]
- Chalmers University of Technology schat in een studie met Volvo Technology Transfer uit 2007 dat 14%-27% van de zwaar-transport-brandstoffen in de EU vervangen kan worden door biomethaan, uitgaande van het huidige beleid in de EU resp. een versterkte focus op biogas. Bron: The Potential of Biogas as Vehicle Fuel in Europe, Chalmers University of Technology 2007
- Öko-Institut en het Institut für Energetik in Leipzig hebben in 2007 berekend dat het Europese (inclusief Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland) productiepotentieel voor biomethaan in 2020 in principe voldoende is om de gehele aardgasvraag van de EU en Turkije (van 2005) te vervangen (NB financiële haalbaarheid en concurrentie met biomassa niet beschouwd). Bron: Daniëla Thrän et al. Institute for Energy and Environment, Leipzig (2007), Möglichkeiten einer Europäischen Biogaseinspeisungsstrategie
Discussie Omtrent Biogas: De conclusie uit het voorgaande is dat er een groot potentieel is voor biogasproductie. Dit kan voor verschillende doeleinden naast elkaar worden ingezet. Het potentieel is uiteraard afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden. Worden landbouwgewassen gebruikt voor covergisting, of kiest men uitsluitend voor biogas op basis van afvalproducten? Is de reductie van methaan- en ammoniakemissies uit mest extra overheidsinvesteringen waard? Synergie met vloeibare biobrandstof productie is afhankelijk van de technische keuzen die daar gemaakt worden. Bij SNG is ook sprake van concurrentie met synthetische biodiesel om grondstoffen.
Kortom, verschillende vormen van inzet kunnen naast elkaar bestaan, het is sterk situatieafhankelijk wat de beste keuze is. Het ‘naast elkaar’ kan ook heel letterlijk worden genomen: één grote vergister (schaalvoordeel) kan biogas opleveren voor verschillende toepassingen, afhankelijk van o.a. warmtevraag, mogelijkheden om stroom en gas in te voeden, afzetmogelijkheden voor motorbrandstof enz.
Politiek, sociaal en economische factoren
Politieke en sociale factoren
[Draag bij aan het uitwerken van dit onderwerp, deze tekst graag aanvullen met informatie over: Politiek, sociaal en economische factoren Biogas.]
Economische factoren
De kosten van de productie van biogas wordt bepaald door de substraten en de vergistingstechnologie. Door ECN/KEMA zijn de kostprijzen voor verschillende vormen van vergisting berekend, deze variëren van ruim 13 ct (GFT-vergisting) tot ruim 20ct (Mest co-vergisting) /kWh geproduceerde elektriciteit. Per m3 biogas kan 2,2 – 2,4 kWh elektriciteit geproduceerd worden. De productiekosten voor het biogas zijn dan omgerekend 29 – 48 ct/m3 biogas. In deze kostprijs zijn de kosten voor elektriciteitsopwekking (WKK-eenheid etc) verdisconteerd, de kostprijzen zijn in de volgende rapportages van ECN opgenomen: Conceptadvies basisbedragen 2010 Technisch-economische parameters van duurzame energieopties in 2009-2010
De productiekosten van groen gas hangen met name af van grondstof en schaalgrootte. In de tabel staan verscheidene kostenschattingen geclusterd naar grondstof.
| Grondstof | Productie (€ct/Nm3) | Schaalgrootte (Nm3/jr) | Opmerkingen | Bron |
|---|---|---|---|---|
| Stortgas | 21,8 | 1 mln | Basisbedrag SDE | SDE-brief minEZ feb2009 |
| Stortgas | 37,1 | 1 mln | Voorgesteld basisbedrag SDE | ECN/KEMA 2008 Bron 1 |
| RWZI, AWZI | 21,8 | 1 mln | Basisbedrag SDE | SDE-brief minEZ feb2009 |
| RWZI, AWZI | 28,7 | 1 mln | Voorgesteld basisbedrag SDE | ECN/KEMA 2008 |
| RWZI | 34 | pm | Hoogcalorisch | Svenske biogas 2008 |
| Mestcovergisting | 58,3 | 2 mln | Basisbedrag SDE | SDE-brief minEZ feb2009 |
| Covergisting 50% mest 50% mais | 50-60 60-70 | 4 mln 2 mln | Groen gas, opwaarderen met waterscrubben | Duinn 2009 |
| Mest | 65-75 | 2-4mln | Hoogcalorisch | Wuppertal Institut 2006 Bron 2 |
| Mestcovergisting | 83,6 83,6 | 6,5 mln 2 mln | Voorgesteld basisbedrag SDE | ECN/KEMA 2008 |
| Mais | 77-88 | 2-4 mln | Hoogcalorisch | Fraunhofer Institut 2008 Bron 3 |
| Mais | 90-101 | 2-4 mln | Hoogcalorisch | Wuppertal Institut 2006 |
| Slachtafval | 45 | pm | Hoogcalorisch | Svenske biogas 2008 |
| Reststromen VGI/ biobrandstofproductie | 40 | 5-50 mln | Hoogcalorisch | Holland Innovation Team 2008 |
| GFT | 46,5 | 6,5 mln | Basisbedrag SDE | SDE-brief minEZ feb2009 |
| Reststromen VGI | 58,3 | 6,5 mln | Basisbedrag SDE | SDE-brief minEZ feb2009 |
| Overige biomassa | 73,8 | 6,5 mln | Voorgesteld basisbedrag SDE | ECN/KEMA 2008 |
| Tarwe | 49 | pm | Hoogcalorisch | Svenske biogas 2008 |
| SNG: houtvergassing | 77 | 90 mln | Hoogcalorisch | Wuppertal Institut 2006 |
| SNG | 29,5-48,5 39,2-97,5 | 80-800 mln 8-80 mln | Groen gas | Vol Gas Vooruit 2007 |
| Slochteren gas | 22 | 40 miljard | CBS |
Bronnen:
Deze kosteninschattingen lopen dus nogal uiteen. De belangrijkste kostenfactoren voor groen gas zijn de gebruikte grondstof, methode van opwaarderen en schaalgrootte van de installatie. Sommige soorten groen gas zijn nu al concurrerend met aardgas. Voor andere kan SDE-subsidie en/of de verkoop van groen gas biotickets het verschil overbruggen, en doorontwikkeling van vergistings- en opwerkingstechniek zal de kosten doen dalen. SDE-bedragen groen gas 2009-2010: stortgas en RWZI/AWZI 7,1 €ct/Nm3; GFT 31,8 €ct/Nm3; VGI 43,6 €ct/Nm3.
De meerkosten ten opzichte van aardgas hangen uiteraard ook af van de aardgasprijsontwikkeling. Hiervoor bestaan diverse scenario’s; zo halen ECN/KEMA het Global Economy-Hoge oliePrijs scenario aan dat op een langetermijn commodityprijs van 22 €ct/Nm3 uitkomt. Er is wereldwijd voldoende potentieel voor aardgasproductie, maar investeringen in aardgaswinning zijn problematisch door de sterke schommelingen in de prijs van olie (waaraan de gasprijs is gekoppeld) en daarmee samenhangende onzekerheden. Instituut Clingendael sprak de verwachting uit dat er al in 2010 een nijpend tekort aan olie zou zijn, en dit zal zich ook vertalen in stijgende aardgasprijzen. Bron: Clingendael, Oil turbulance in the next decade, 2008.
Wanneer aardgas duurder wordt zullen er meer vormen van groengasproductie rendabel worden en komt er meer groen gas beschikbaar. (De voorgaande paragraaf over productiepotentieel moet ook in dat licht gelezen worden.) Voor het verschil tussen de prijs voor groen gas en aardgas is verder het overheidsbeleid van groot belang. De overheid geeft richting aan de markt door lange-termijn-zekerheden te vergroten en daardoor investeringen uit te lokken. Groen gas wordt aantrekkelijker bij scherpere duurzaamheidseisen aan brandstoffen en beprijzing van CO2-emissie van vervoer.
Bij fysieke inzet van biogas na transport over de weg wordt het kostenverschil met CNG ook bepaald door logistiek en tankstations, en bij bioLNG voor vrachtwagens ook door de voertuigkosten.
Kengetallen
Klimaatverandering
Biogas ontstaat per definitie uit organisch (biogeen) materiaal. De CO2 in het biogas draagt daarom niet bij aan klimaatverandering. Bij de verwerking van het biogas is belangrijk dat er geen lekkages aan methaan (CH4) ontstaan, omdat methaan een veel sterker broeikasgas is dan CO2.
Leefomgeving
Kosten
Door ECN/KEMA zijn de kostprijzen voor verschillende vormen van vergisting berekend, deze variëren van ruim 13 ct (GFT-vergisting) tot ruim 20ct (Mest co-vergisting) /kWh geproduceerde elektriciteit
Tijd
Er is volgens ‘Vol Gas Vooruit’ potentieel om in Nederland in 2020 8-12% aardgasvraag te vervangen door gezuiverd (opgewerkt) biogas en synthetisch aardgas SNG uit biomassa, waarvan 1-3 %-punten door vergisting en de rest door vergassing (SNG). Het Rijk heeft in de Innovatieagenda Energie deze inschatting overgenomen als doelstelling, en bovendien als trend naar 2050 vermeld dat 50% van het aardgas is vervangen door groen gas.
Hernieuwbaarheid
De reststoffen die overblijven bij de productie van biogas kunnen voor een deel weer als bemesting worden ingezet. Zo kan er biogeen materiaal geproduceerd worden.
Toelichting
Deze technologie heeft het productiestadium al geruime tijd bereikt en heeft een grote toekomst in Nederland. Er zijn geen emissies als er gewaakt wordt voor methaan lekkage.
Extra informatie en interessante ontwikkelingen
Links
Rapporten
- Senternovem: http://www.senternovem.nl/mmfiles/Rapport%20Bio-LNG%20in%20de%20Nederlandse%20transportsector%2001-12-2008_tcm24-307868.pdf
- Renewable Energy Association: http://www.r-e-a.net/document-library/policy/policy-briefings/Biomethane%20Injection%20full%20REA%20briefing%20F.pdf
- Chalmers University of Technology: http://web.sdu.dk/bio/download/Biogas_trans.pdf
- Institute for Energy and Environment: http://www.oeko.de/service/bio/dateien/ie2007biogas_osteuropa_teilbericht_1.pdf
- ECN: http://www.ecn.nl/docs/library/report/2008/e08090.pdf
- ECN/KEMA: http://www.ecn.nl/docs/library/report/2009/e09020.pdf
- Clingendael International Energy Programme: http://www.clingendael.nl/publications/2008/20080700_ciep_energy_jesse.pdf
Organisaties en bedrijven
- Das Wuppertal Institut: http://www.wupperinst.org/
Overige links
Well to Wheel
De informatie in dit artikel heeft betrekking op de volgende Well to Wheel analyses: