Uit WikiMobi
Emissie is de uitstoot van verontreinigende stoffen naar de lucht, deze uitgeworpen stoffen worden in de omgeving verdund, verspreid en getransporteerd. Hoog in de lucht kunnen emissies schade aanrichten in onder andere de ozonlaag maar ook bodem- en (grond)water kunnen bij het neerslaan van de emissies verontreinigd worden. Daarnaast kunnen verschillende gezondheidsklachten ontstaan bij het inademen van bepaalde emissies. Industrie (met name Pernis en de Botlek) en wegvervoer nemen een groot aandeel van de totale (schadelijke) emissies veroorzaakt op Nederlands grondgebied voor hun rekening.
De aan voertuigen gerelateerde emissies kunnen uit de uitlaat komen (door verbranding) of ontstaan door verdamping van vloeistoffen (inclusief brandstof) of slijtage. Verder zijn er emissies die gerelateerd zijn aan de toevoer en productie van brandstoffen en aan de productie van het voertuig. Om tot een volledig beeld te komen van de emissies moet er gekeken worden naar de hele brandstofcyclus, Well to wheel en daarnaast ook naar de levenscyclusanalyse (LCA) van het voer-, vaar- of vliegtuig.
Inhoud |
CO2, NOx, PM10
De belangrijkste emissies die regelmatig terugkomen in Wikimobi zijn CO2, NOx en fijnstof (PM10). Onder NOx vallen alle stikstofoxiden (zoals N2O, NO, NO2 en NO3) waarbij N2O een broeikasgas is en niet wordt meegenomen in de NOx metingen. Door industrie en vervoer wordt veel minder N2O geëmitteerd naar de lucht dan CO2 maar N2O is een 296 keer sterker broeikasgas dan CO2, 1 gram N2O heeft een CO2 equivalent van 296 gram CO2. Ook methaan is een broeikasgas en draagt bij aan klimaatverandering. Methaan is een 24 keer sterker broeikasgas dan CO2, maar net zoals N2O is de hoeveelheid methaan dat wordt uitgestoten door wegverkeer veel kleiner dan de CO2 emissies. De broeikasgassen samen worden vaak weergegeven als een optelsom van hun CO2 equivalenten. Het CO2 equivalent wordt ook wel Global Warming Potential genoemd (GWP). De CO2 uitstoot van een voertuig is relatief gemakkelijk te berekenen aan de hand van de verbruikte hoeveelheid brandstof. Andere emissies zijn afhankelijk van het type motor en de verbranding en moeten dus gemeten worden. Fijnstof is erg schadelijk voor mens en dier. CO2 en fijnstof worden voornamelijk geëmitteerd door industrie en vervoer, methaan en N2O voornamelijk door veeteelt.
Broeikasgassen
Broeikasgassen in de lucht zorgen voor een kaseffect. Het ingevallen zonlicht op de aarde wordt voor een deel teruggekaatst, maar door de broeikasgassen in de lucht worden deze lichtstralen weer teruggekaatst naar de aarde waardoor de warmte niet wegkan en de aarde dus opwarmt. Er bestaat een natuurlijk broeikaseffect door waterdamp, CO2, methaan, N2O en ozon, en zonder dit effect zou het te koud zijn voor leven zoals we dat nu kennen (Bron: Living in the Environment; G. Tyler Miller jr.; Brooks/Cole-Thomson Learning pag 70). Maar door de toegenomen uitstoot van broeikasgassen door onder andere industrie en vervoer sinds de industriële revolutie (1750) en met name sinds 1950, wordt dit broeikasgaseffect alsmaar groter. CO2 wordt bij de groei van biomassa opgenomen en in het gewas opgeslagen. Olie en kolen zijn resten van deze oude biomassa die nu ineens door verbranding weer aan de atmosfeer worden vrijgegeven. Door opwarming van de lagere atmosfeer (troposfeer) en het aardoppervlak kan de voedselproductie en ecosystemen (dierenhabitats) worden ontregeld en een stijging van de zeespiegel tot gevolg hebben in verschillende delen van de wereld (Bron: Living in the Environment; G. Tyler Miller jr.; Brooks/Cole-Thomson Learning pag 86).
Mobiliteit
Emissies bij mobiliteit komen niet alleen vrij bij het de verbranding van brandstoffen maar ook door verdamping. Daarnaast zorgen de slijtage van remmen en banden voor emissies. De emissies die vrijkomen bij de productie van een voer- of vaartuig zijn vaak aanzienlijk. Bij een auto kan het aandeel van de CO2 per kilometer dat kan worden toegeschreven aan de productie oplopen tot 10% (zie figuur 1, bron: STREAM). Voor het werkelijk broeikaseffect van auto's, kijk op: Het werkelijke broeikaseffect van een auto
Verbruik
Emissies zijn onder andere afhankelijk van het gebruik. De emissies kunnen berekend worden of gemeten. De manier waarop een meting plaats vindt is belangrijk voor het resultaat. De CO2 emissies die de uitlaat uitkomen (Tank to Wheel) worden volledig bepaald door het verbruik. De verbruikscijfers van de auto’s worden bepaald aan de hand van een standaard testcyclus, de New European Driving Cycle (NEDC) Bron: Ecotest Deze test is niet meer van deze tijd, niemand rijdt zo rustig en de testresultaten wijken dan ook af van de werkelijke resultaten. Het valt hierbij op dat de afwijking verhoudingsgewijs groter is bij de zuinige auto’s dan bij de minder zuinige auto’s. De verschillen in opgegeven en werkelijk verbruik zijn te vinden in het volgende artikel: Vals beeld brandstofverbruik (NRC). De onderstaande grafiek laat zien hoe het (te lage) verbruik en de emissies worden gemeten door NEDC.

Het werkelijk verbruik van verschillende type auto’s wordt in kaart gebracht door Travelcard en zijn te vinden op werkelijkverbruik Er wordt gekeken naar het verbruik aan de hand van de tankpasjes van met name zakelijke rijders. Of dit een representatieve groep is valt te bediscussiëren omdat deze groep vaak behoorlijk doorrijdt en veel snelweg kilometers maakt.
Gezondheid
CO2
CO2 is essentieel voor het ademhalingsstelsel en het reguleert de pH van het bloed. Zoals bij de meeste stoffen kan een te hoge concentratie wel gevaren met zich mee brengen, in de atmosfeer zal CO2 deze waarden echter nooit bereiken. Voorbeelden van schadelijke effecten bij erg hoge concentratie zijn: verstikking, door een te lage zuurstofconcentratie waardoor de CO2 concentratie groter wordt dan 5000ppm (Bron: Health Department) en schade aan nieren en coma door een verstoring van de pH van het bloed. Bron: Lenntech
CO2 is een broeikasgas, broeikasgassen in de lucht zorgen voor een kaseffect. Het ingevallen zonlicht op de aarde wordt voor een deel teruggekaatst, maar door de broeikasgassen in de lucht worden deze lichtstralen weer teruggekaatst naar de aarde waardoor de warmte niet wegkan en de aarde opwarmt.
De CO2 uitstoot van een voertuig is te berekenen aan de hand van de verbruikte hoeveelheid brandstof. Andere emissies zijn afhankelijk van het type motor en de verbranding en moeten dus gemeten worden.
NOx
Onder NOx vallen alle stikstofoxiden (zoals N2O, NO, NO2 en NO3) waarbij N2O een broeikasgas is en niet wordt meegenomen in de NOx metingen.
NO2 geeft de bruine kleur aan fotochemische smog en kan in de atmosfeer omgezet worden in stikstofzuur (HNO3). HNO3 kan door zijn zuurgraad bomen, bodem en waterleven aantasten. NO2 veroorzaakt longirritatie en longschade en kan astma en chronische bronchitis veroorzaken. Ook kan NO2 verkoudheid tot gevolg hebben, met name bij kleine kinderen. (Bron: Living in the Environment; G. Tyler Miller jr.; Brooks/Cole-Thomson Learning Pag 422). De grenswaarde voor langdurige blootstelling is voor de bevolking 40μg/m3 maar ter bescherming van de vegetatie geldt een grenswaarde van 30μg/m3. Bron: RIVM Tevens kunnen NO en NO2 reageren met vluchtige organische stoffen (VOS), waarbij ozon (O3) kan ontstaan wat bijdraagt aan de afbraak van de ozonlaag. Bron: ECN

Bovenstaande afbeelding laat de NO2 concentratie zien in Nederland. Bron: Compendium voor de Leefomgeving
Fijnstof
Fijnstof wordt verdeeld in PM10 en PM2,5. PM10 is fijnstof bestaande uit deeltjes die een diameter van 10 micrometer en kleiner hebben; PM-2,5 zijn deeltjes met een diameter van minder dan 2,5 micrometer. Fijnstof wordt onder andere uitgestoten door verbrandingsmotoren en dan met name dieselmotoren. Deze deeltjes zijn klein genoeg om diep door te dringen in het ademhalingsstelsel. Ze kunnen hierbij druppeltjes of deeltjes toxische en kankerverwekkende stoffen bij zich dragen. In de longen kunnen deze stoffen chronische irritatie veroorzaken en astmatisch aanvallen ontketenen. Ze kunnen andere longziekten verergeren, longkanker veroorzaken en een storing in de zuurstofopname van het bloed teweeg brengen waardoor hartziekten kunnen ontstaan (Bron: Living in the Environment; G. Tyler Miller jr.; Brooks/Cole-Thomson Learning pag 440).

Bron: Hoesnel
EU-normen zeggen dat de gemiddelde dagconcentratie voor fijnstof niet meer dan 35 dagen per jaar hoger mag zijn dan 50 μg/m3. Bron: RIVM In het bovenstaande kaartje zien we de gemiddelde waarden van fijnstof over het gehele jaar.
Emissiereductie
CO2
Een van de belangrijkste doelen op het gebied van klimaat is het reduceren van de CO2 uitstoot. Door een aantal landen zijn doelstellingen vastgelegd in het Kyoto-Protocol. Ten opzichte van 1990 moet de EU in 2012 een gemiddelde CO2-reductie hebben van 8%. Dit kan ook bereikt worden met behulp van emissiehandel en door te investeren in reductieprojecten in ontwikkelingslanden. Helaas staan er geen doelen in voor na 2012, deze hadden in 2009 in Kopenhagen gemaakt moeten worden maar er zijn geen nieuwe afspraken gemaakt.
Rond 2011 had Nederland nog tot doel gesteld in 2020 30% reductie van broeikasgasuitstoot (dit zou een reductie betekenen van 19 tot 35 Mton CO2-equivalenten) te realiseren ten opzichte van 1990, momenteel (voorjaar 2013) heeft zij dit al naar beneden bijgesteld. De EU wil nu in 2020 20% minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 en in 2050 moet dit 80-95% zijn. Nederland wil in 2020 overgestapt zijn op 16% hernieuwbare bronnen. Daarnaast wil het kabinet de Elektriciteitswet1998 en de Gaswet vernieuwen; onder andere wil zij dat er meer energie decentraal wordt opgewekt en dat er meer grensoverschrijdend transport van elektriciteit en gas plaatsvindt. Bron: Rijksoverheid
De Ecodesign richtlijn stelt eisen aan het ecologisch ontwerp van energiegerelateerde producten. De milieu-impact van de producten worden vanaf de eerste fase bekeken en zoveel mogelijk beperkt. Bron: Senternovem Het emissieplafond voor verkeer en vervoer is voor 2020 vastgesteld (Lenteakkoord) op 33,9Mton CO2 equivalenten. Met de uitvoering van het Lenteakkoord wordt een afname van de CO2 equivalenten uitstoot in de sector verkeer verwacht van ongeveer 0,6Mton (in 2020) als gevolg van de versobering van de fiscale mobiliteitsregelingen. Bron: Planbureau voor de Leefomgeving
Meer informatie over: Referentieraming energie en emissies

Bovenstaande afbeelding geeft overzicht van de landen die meedoen aan het Kyoto-protocol. De groene landen zetten in op reductie, de gele landen moeten zorgen dat de broeikasgasemissies niet hoger worden en de rode landen binden zich nergens aan. Bron: wikimedia
NOx
Het Goteborg-protocol van de VN stelt grenzen aan de hoeveelheid stikstofoxiden die een EU-lid mag uitstoten. Voor Nederland ligt dit op maximaal 260 miljoen kilo NOx. Nederland stelt strengere eisen aan zichzelf en wil niet meer dan 231 miljoen kilo uitstoten. Nederland is de enige lidstaat met een systeem voor NOx-emissiehandel. Dit is een manier om de industrie te stimuleren minder NOx uit te stoten. Bron: Rijksoverheid
Fijnstof
Nederland heeft uitstel gekregen van de EU omdat het niet op tijd aan de normen voor de fijnstof uitstoot kan doen. In juni 2011 moet Nederland voldoen aan de gestelde criteria. Nederland gaat zich richten op de fijnstofreductie van industrie (Bron: Europadecentraal). Daarnaast komt veel van de fijnstof in Nederland overgewaaid van andere landen. Toen Nederland uitstel vroeg was er nog sprake van de invoering van de kilometerheffing in 2011, dat is nu uitgesteld, wat waarschijnlijk de fijnstofreductie niet ten goede komt. Bron: binnenlandsbestuur
Meer informatie over: NSL zorgt dat Nederland de fijnstof normen haalt

