Kernenergie: emissies en kosten

Uit WikiMobi

Ga naar: navigatie, zoeken

De emissies die vrijkomen in de keten van kernenergie zijn vergelijkbaar met die van hernieuwbare energiebronnen als windenergie,  zolang er niet grootschalig op kernenergie wordt overgestapt. In dat geval zijn de rijke ertsenbronnen snel uitgeput en is het noodzakelijk om laagwaardig erts te gebruiken. In dat geval kunnen de emissies in de gehele keten sterk oplopen. De beschikbare onderzoeken geven een grote bandbreedte van de totale emissies : de onzekerheid over de absolute waarde van de emissies is daardoor groot.

De kosten worden gedomineerd door de bouwkosten. Een Citigroup studie stelt dat de gemiddelde opbrengst per kWh gedurende de totale levensduur van de centrale boven de 6,5 ct per kWh moet liggen om de investering rendabel te maken. Het probleem om dat gemiddelde te halen is dat gedurende de daluren (nacht) er weinig vraag is en de centrale hetzij ver beneden zijn capaciteit draait (waardoor de gemiddelde kostprijs per kWh stijgt) of dat de verkoopprijs sterk daalt (waardoor de gemiddelde opbrengstprijs daalt). Er is nauwelijks ervaring met de kosten van afvalverwerking over de gehele levensduur.

Tegenstanders van kernenergie wijzen (naast het afvalprobleem) op de verborgen subsidies aan kernenergie, zoals de R&D ondersteuning die aanzienlijker groter is dan die aan duurzame energie.


Inhoud

Kernenergie terug op de agenda

Het gebruik van Kernenergie is lange tijd van de politieke agenda geweest. Het probleem met de verwerking van kernafval heeft tot veel maatschappelijk protest geleid. Omdat de klimaatdoelstellingen van Kyoto zijn gericht op een reductie van de broeikasgasemissies zijn kerncentrales weer op de agenda gekomen. Het belangrijkste broeikasgas is CO2 en kerncentrales zouden geen CO2 uitstoten. Kerncentrales worden vaak gezien als de goedkoopste manier om de Kyoto klimaatdoeleinden te behalen.

Maar wat is er in de wetenschap bekend over de effecten van kernenergie op de broeikasemissies, en over de economische factoren die een rol spelen?

Ten eerste blijkt dat het gebruik en de ontmanteling van een kerncentrale wel degelijk CO2 emissies met zich mee brengen, net als het delven en opwaarderen van uranium, en het verwerken van kernafval. Verschillende onderzoeken naar deze emissies komen echter met nogal verschillende conclusies naar voren.

De life-cycle kosten van een kerncentrale zijn ook onderwerp van discussie. Vooral met de eindverwerking van kernafval en de ontmanteling van de centrale is nog weinig ervaring, het meeste afval ligt nu nog opgeslagen in afwachting op een definitieve bergplaats.

Er is veel geschreven over de problemen met het kernafval en gevaren die proliferatie van kerntechnologie met zich meebrengt. Er kan niet over kernenergie geschreven worden zonder deze aspecten te noemen, maar dit artikel richt zich op de vraag hoeveel broeikasgasemissies vrijkomen in de kernenergiecyclus en de kosten van kernenergie.


Kernenergie: de keten van erts tot energie en afval

Yellowcake.png
De meeste kerncentrales gebruiken verrijkt Uranium als splijtstof. Om de splijtstof voor de kerncentrale te maken moet eerst het Uraniumerts gedolven worden, vervolgens wordt het Uranium aan het erts onttrokken met behulp van chemicaliën en geconcentreerd tot Yellow-cake (een poeder dat voor 80% uit Uraniumoxide bestaat). Deze Yellow-cake wordt omgezet in het gasvormig Uranium-hexafluoride wat vervolgens wordt verrijkt waarbij het gehalte Uranium-235 wordt verhoogd. Zo wordt de splijtstof voor centrales gefabriceerd. Dit deel van de keten wordt ook wel front-end genoemd, het deel van de keten dat voorafgaat aan de processen in de kerncentrale zelf.


De splijtstofstaven worden in de kerncentrale gebruikt voor het opwekken van de energie. Kerncentrales zijn buitengewoon complex en vereisen veel grondstoffen en grote investeringen. De werking van een kerncentrale wordt uitgelegd in het onderstaande filmpje. Animatie werking kerncentrale:

The media player is loading...

Er zijn twee mogelijkheden bekend voor het kernafval dat de kerncentrale verlaat: directe berging en opwerking. Bij de directe berging wordt het afval nadat het afgekoeld is eerst tijdelijk in een splijtstofbassin opgeslagen. Na geëigende conditionering en veilige verpakking van het afval kan het dan naar een eindbergplaats worden overgebracht. In Europa is er nog geen eindberging, er worden wel experimenten uitgevoerd om goede geologisch stabiele lagen te vinden. In Zweden wordt de eerste eindberging in 2015 in gebruik genomen.

De tweede mogelijkheid voor de verwerking van kernafval is het opwerken. Hierbij wordt van resterende splijtstof weer Uranium (95%), plutonium (1%) en 4% hoog radioactief afval gemaakt. Het Plutonium kan ook weer gebruikt worden in MOX (mixed oxide splijtstof) of het kan worden opgeslagen. Het hoogradioactieve afval wordt verglaasd en verpakt. In Nederland wordt het vervolgens in een bunker opgeslagen voor een periode van 40 tot 100 jaar. Bron: Fact Finding Kernenergie. ECN Plutonium is een omstreden bijproduct van deze cyclus. Plutonium kan namelijk direct gebruikt worden voor het maken van een kernbom en wordt beschouwd als een van de gevaarlijkste stoffen ter aarde. Bron: Greenpeace

Het erts dat overblijft na de extractie van het Uranium is laag-radioactief afval. Na de verrijking van het Uranium blijft er ook afval over met een lager Uranium gehalte dan het natuurlijke Uranium. Dat restproduct is nog wel radioactief. Als gevolg van onderhoudswerkzaamheden ontstaat er tijdens de operationele fase van de kerncentrale nog meer kernafval. Voor een 1000 MW centrale is dit rond de 13 ton radioactief afval per jaar. Na de operationele fase van de centrale moet deze centrale gesloopt worden, hierbij ontstaat 10.000 ton gemiddeld tot hoog radioactief afval en 10.000 ton gemiddeld tot laag radioactief afval. Lenzen et al. 2006 p 51

Kern2 chain.png

Afbeelding compleet overzicht van de Uraniumketen in een kerncentrale: (Zie folder kernenergie) Bron: Storm en Smith p.18


Emissies in de keten

Uranium mijn.png
Uranium wordt zowel in dagbouwmijnen gewonnen als in ondergrondse mijnen. Er zijn ook oplossingsmijnen waarbij zuren of basen in de grond gepompt worden om het uranium te winnen.

Bij het delven van Uranium komt Radongas vrij in de lucht en komen zware metalen in het grondwater en de bodem. Bij oplossingsmijnbouw zijn deze emissies lager maar de zure of basische oplossingsmiddelen die de bodem ingebracht worden hebben negatieve gevolgen voor de bodemkwaliteit en het grondwater. De CO2 emissies bij het delven worden veroorzaakt doordat grote hoeveelheden grond en erts moet worden verplaatst en bewerkt om de yellow cake te produceren.

Met behulp van chemicaliën wordt het Uranium uit het erts gehaald. Ongeveer 99,7 procent van het erts blijft over als afval wat overigens nog steeds Uranium bevat. De radioactiviteit van dit afval maakt dat Uranium mijnen fundamenteel verschillen van andere typen mijnen.

Er is wereldwijd ongeveer 1,32 Mton Uranium beschikbaar tegen een kostprijs van 40 dollar per kilo en 4,7 miljoen ton aan Uraniumreserves die voor een prijs van minder dan 130 dollar per kilo gedolven kunnen worden. Bron: IAEA De uiteindelijke kosten per kWh worden slechts voor een klein deel (ongeveer 2%) door de prijs van het Uranium zelf bepaald. (Bron: Kidd, S., The Uranium Institute)


Emissies en het Uraniumgehalte

De energie die nodig is voor het delven van het Uranium en de emissies die daarmee samengaan zijn afhankelijk van het percentage Uranium in het erts. Om Uranium vandaag de dag economisch te kunnen delven mag het gehalte Uranium in het erts niet lager zijn dan 0,03% Gavin Mud, Factsheet. Naarmate het percentage Uranium lager wordt kan er ook een kleiner gehalte van het Uranium gewonnen worden. Bij een Uraniumgehalte van 10% is de gemiddelde CO2 emissie die vrijkomt bij het delven 0,04 gCO2/kWh. (Storm van Leeuwen, 2007) Dit is verwaarloosbaar klein. Storm van Leeuwen beschrijft echter dat bij een Uraniumgehalte van 0,013% de CO2 emissie voor het delven van het Uranium kan oplopen tot 67gCO2/kWh. De CO2 emissie voor het delven bij 0,03% Uraniumgehalte (wat door Gavin Mudd nog als economisch haalbaar wordt gezien) is 17,7 gCO2/kWh. De emissies die vrijkomen bij het weer herstellen van de mijn als alle erts gedolven is zijn volgens hem 0,07gCO2/kWh voor een gehalte van 10% en 122gCO2/kWh voor een gehalte van 0,013%. Storm van Leeuwen p.26.

Er zijn weinig studies die in detail kijken naar de emissies bij het delven van laag gehalte Uraniumerts en deze omstreden studie van Storm van Leeuwen is dan ook moeilijk te verifiëren.

Hoog gehalte Uraniumerts zal op een gegeven moment uitgeput zijn waarna er steeds meer Uraniumerts met een laag gehalte zal moeten worden aangesproken met als gevolg hogere CO2 emissies. Er zal meer onderzoek gedaan moeten worden om zekerheid te krijgen over deze effecten.

Een andere factor die een rol speelt betreft andere producten die naast Uranium uit de mijn gedolven worden zoals koper; de emissies moeten dan over de producten verdeeld worden.

Kern2 graf.png

Deze grafiek laat zien dat de emissies als gevolg van het gebruik van laag gehalte Uraniumerts sterk toenemen. Het staafdiagram laat de nu bekende voorraden Uranium zien. Bron: Storm van Leeuwen p.10

Emissies bij de Uraniumverrijking

Uranium centrifuge.png

De twee meest gebruikte processen voor Uraniumverrijking zijn diffusie en centrifuge (zie hiernaast waarbij donkerblauw is U-238, lichtblauw is U-235, door de centrifugale kracht gaat zwaarder U-238 naar de randen en lichter U-235 naar binnen). Diffusie gebruikt tot 65 keer meer energie dan het gebruik van centrifuges voor de verrijking. De verschillen in de CO2 emissies zijn dan ook groot. Naast het verschil in energiegebruik is natuurlijk de energiemix (hernieuwbaar of fossiele basis) die hiervoor aangewend wordt van belang. De emissies bij het gebruik van hernieuwbare energiebronnen wordt door Dones op 9gCO2/kWh berekend, het diffusie proces met uitsluitend fossiele brandstoffen kan een emissie tot 80gCO2/kWh geven. De trend is dat er steeds meer gebruik gemaakt wordt van centrifuges, dat verminderd de CO2 uitstoot per kWh. Bron: Dones, R., 2005 uit Factfinding Kernenergie ECN p. 56

De emissies bij de fabricage van de brandstofstaven laten we hier buiten beschouwing, maar komen wel terug in de totale emissies van de front-end.




Totale emissies front-end

Sovacool heeft een literatuur review gedaan waarin 103 studies naar de LCA van kerncentrales zijn betrokken. Omdat de beschikbaarheid van hoog gehalte Uraniumerts steeds minder wordt heeft hij alle studies die ouder zijn dan 10 jaar van zijn studie uitgesloten. Verder moesten de gebruikte studies publiekelijk beschikbaar zijn, in het Engels gepubliceerd en de gebruikte data transparant zijn. Na deze selectie bleven er nog 19 studies over die hij voor zijn analyse gebruikt heeft. Binnen deze studies was de bandbreedte voor wat betreft de CO2 emissies van de front-end van de keten erg groot, van 0,68gCO2/kWh tot 61,95 gCO2/kWh. Sovacool komt op een gemiddelde CO2 emissie van 25,09 gCO2/kWh. Bron: Sovacool, 2008

Emissies bij de bouw van de centrale

Kerncentrale.png

Ook hier zien we een groot verschil tussen de verschillende studies. Storm van Leeuwen, 2007 gebruikt een methode waarbij de totale economische kosten worden omgezet in het totale energieverbruik. Deze worden vergeleken met die van het land waarin de centrale gebouwd wordt. De claim is dat deze methode meer volledig is omdat kerncentrales erg veel materialen gebruiken en ook het energiegebruik van de productie van deze materialen en de halffabricaten in de analyse moeten worden meegenomen. Het is niet duidelijk in hoeverre de andere studies dit energieverbruik wel meenemen in hun berekeningen. Lenzen heeft in zijn rapport “Life-Cycle Energy Balance and Greenhouse Gas Emissions of Nuclear Energy in Australia” een onderbouwde kritiek gegeven op deze methode van Storm van Leeuwen. (Lenzen M., 2006, p. 44) Sovacool komt op een gemiddelde CO2-emissie voor de bouw van de centrale van 8,2 gCO2/kWh. Storm van Leeuwen komt op een 2 tot 3 keer hogere emissie met hun procesanalyse. De laagst gevonden emissie voor CO2 komt van het onderzoek van Dones die 1,2gCO2/kWh berekend heeft. (Dones et al., 2005) Behalve de methodologische verschillen zoals hierboven omschreven is het niet duidelijk waar de verschillen in de onderzoeken vandaan komen.

Emissies tijden de operationele fase

In de kerncentrale wordt de splijtstof gebruikt als brandstof. Maar om het proces aan de gang te houden wordt er ook elektriciteit van het net betrokken. Een belangrijke factor in de operationele broeikasgasemissies is dan ook de samenstelling van die energiemix. In de Verenigde Staten waar het grootste deel van de energie wordt opgewekt met behulp van kolen en andere fossiele brandstoffen zullen we andere waarden vinden dan in Frankrijk waar de gCO2/kWh veel lager is. De bandbreedte die gevonden wordt in de studie van Sovacool (Sovacool, 2008) is van 2,2 gCO2/kWh tot 24,4 gCO2/kWh. Lenzen komt met 18,5 gCO2/kWh, ver boven het gemiddelde. Het valt op dat bijna de helft van de literatuur in het artikel van Sovacool geen waarden over de operationele fase geeft, en dat het bij andere studies niet duidelijk is welke emissies in de operationele fase in de berekening meegenomen zijn. Aangezien de bouw en de levensduur van een kerncentrale vele jaren bestrijken zou in de analyse ook moeten worden meegenomen hoe de energiemix in de loop van de jaren zal veranderen.

Emissies bij de verwerking van het afval

Nuclear waste container.png

Deze fase is waarschijnlijk het moeilijkst te beoordelen voor wat betreft de emissies. Er zijn weinig onderzoeken gedaan naar de afvalverwerking bij commerciële kerncentrales. In Europa zijn bijvoorbeeld nog geen eindopbergplaatsen gerealiseerd en er is nog geen ervaring met het ontmantelen van de kerncentrales. De hoeveelheid radioactieve erts die overblijft na het delven van het uranium is erg afhankelijk van het gehalte Uranium in het erts. Er is dus nog veel onzekerheid.

Voor de backend van de kernenergie keten, al het kernafval behalve dat wat vrijkomt bij de ontmanteling van de centrale, wordt in de review van Sovacool een bandbreedte gevonden van 0,45gCO2/kWh tot 33 gCO2/kWh met een gemiddelde van 9,2gCO2/kWh. Dit cijfer komt redelijk overeen met de resultaten die Lenzen vindt voor de situatie in Australië. De ontmanteling van de centrale komt op een gemiddelde van 12,01gCO2/kWh. Lenzen vindt voor de ontmanteling slechts een uitstoot van 0,7gCO2/kWh, een groot verschil. Een ontmanteling is mogelijk pas na meer dan 100 jaar na aanbouw beëindigd.

Het totaal aan CO2 emissies in de nucleaire keten

Er is een grote spreiding in de verschillende stappen in de keten; als alle worst-case-scenarios worden opgeteld dan kan kernenergie op termijn niet eens concurreren met gas gestookte centrales voor wat betreft CO2 emissies. Storm van Leeuwen berekent dat dit scenario mogelijk is als het hooggehalte erts opraakt. Hoe snel het hooggehalte erts opraakt is afhankelijk van het gebruik: als er veel centrales bijgebouwd worden zal het lager gehalte erts eerder worden aangesproken. De paradox is dus dat een groot aantal kerncentrales zal leiden tot een hogere CO2 uitstoot per kWh. De enige manier om dit tegen te gaan is door meer gebruik te maken van het opwerken van gebruikte Uranium. De kosten voor het opwerken zijn echter nog hoog. Bron: UCSUSA

Als we naar de review studies kijken vinden we de volgende waarden voor de totale emissies in de kernenergie keten:

Lenzen vindt voor licht water reactoren 60gCO2/kWh en voor zwaar water reactoren 65gCO2/kWh. Sovacool berekent in zijn review 66,08gCO2/kWh.

Het interessante aan de studies van Lenzen en Sovacool is dat het reviews zijn waarin een groot aantal onderzoeken betrokken zijn, het nadeel van deze studies is dat ze niet specifiek op de situatie in Europa betrekking hebben. Dit terwijl er volgens het ECN aanwijzingen zijn dat de emissies in Europa lager zijn, onder andere als gevolg van de gebruikte energiemix in Europa. Het ECN rapporteert in het rapport Fact Finding Kernenergie waarden van 5 tot 65gCO2/kWh, en voor Europese centrales tussen de 8 tot 32gCO2/kWh.

De onderstaande grafiek laat duidelijk zien dat er een grote variatie is in de CO2 emissies in de verschillende stadia van de kerncyclus. (Let op de balk begint niet op de nullijn) De groene lijn geeft de mediaan weer. Met name bij decommissioning (Ontmanteling) valt het op dat de mediaan erg afwijkt van het rekenkundig gemiddelde. Dat komt overeen met de verwachting omdat de werkelijke CO2 uitstoot in deze fase nog erg onzeker is.

Kern2 mediaan.png

Conclusies emissies

Er kan geconcludeerd worden dat er erg veel onzekerheden zijn in de berekening van de emissies. Dit is afhankelijk van de gebruikte methoden, de verschillende scenario’s voor het verbruik van de beschikbare Uranium bronnen, de gebruikte methode voor verrijking en de energiemix die gebruikt wordt voor het draaiende houden van de centrale. Het is nog niet duidelijk hoeveel emissies er vrij komen bij het delven van laaggehalte erts en wanneer we een steeds lager gehalte erts moeten aanspreken. Dit is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid kerncentrales die operationeel zijn, of het kernafval wordt opgewerkt voor hergebruik en of de bekende voorraden uranium accuraat zijn. Het is opmerkelijk dat er bij elke stap in de keten een grote bandbreedte gevonden wordt en dat het niet altijd duidelijk is welke aannames gedaan zijn en wat er meegenomen is in de analyse. Waarschijnlijk kan dit voor een deel verklaard worden door de complexiteit van de technologie. Een andere verklaring is dat de voor en tegenstanders van kernenergie hun agenda duidelijk in de analyses door laten klinken. De exacte CO2 emissies in de keten van kernenergie blijven onduidelijk, wat wel duidelijk wordt is dat kernenergie niet CO2 neutraal is. Volgens de meest optimistische inschattingen zijn de emissies van kernenergie vergelijkbaar met die van hernieuwbare bronnen zoals windenergie. Maar als er massaal gebruik gemaakt gaat worden van kernenergie kunnen de emissies snel oplopen omdat hoogwaardig erts uitgeput raakt en er laagwaardig erts gebruikt moet worden. De schattingen van de hoogte van die emissies lopen sterk uiteen.


Kosten in de keten

De grootste kosten bij de productie van kernenergie zijn een gevolg van de hoge investeringen in de bouw van de centrale. Die investeringen worden volgens een recente studie tussen de 1590 en 2297 euro per kW geïnstalleerd vermogen geschat. Fact Finding Kernenergie samenvatting, ECN p. 8. Er zijn andere studies die veel hogere bedragen noemen, vooral bij het bouwen van centrales met de modernste technologie. In een rapport van Citigroup worden bijvoorbeeld aanzienlijke hogere bedragen (tot 3500 euro per kW geïnstalleerd vermogen) genoemd en 5 grote risico’s dat de investering sterk tegenvalt. Bron: Rapport Citigroup.

Worden alle directe kosten in de keten meegenomen dan ligt de kostprijs per kWh tussen de 3,1 en 8 cent per kilowattuur volgens 6 kostenstudies die door ECN geanalyseerd zijn. De hoogste waarde is afkomstig van een Amerikaanse studie, die wordt gevolgd door een Europese studie met een kostprijs van 5,4 cent per kilowattuur. Aangezien de investering in de kerncentrale het grootste deel van de kosten bepaalt en de operationele kosten in verhouding laag zijn wordt de kostprijs per kWh in sterke mate bepaald door de operationele levensduur van de centrale. Deze varieert in de kostprijsberekeningen van 25 tot 40 jaar. Bron: Fact Finding Kernenergie samenvatting, ECN p. 8

De eerder genoemde Citigroup studie stelt dat de gemiddelde opbrengst per kWh gedurende de totale levensduur van de centrale boven de 6,5 ct per kWh moet liggen om de investering rendabel te maken. Het probleem om dat gemiddelde te halen is dat gedurende de daluren (nacht) er weinig vraag is en de centrale hetzij ver beneden zijn capaciteit draait (waardoor de gemiddelde kostprijs per kWh stijgt) of dat de verkoopprijs sterk daalt (waardoor de gemiddelde opbrengstprijs daalt). Naar verluidt wordt het overschot aan elektrische energie uit kerncentrales ’s nachts zelfs gebruikt om waterbassins te vullen die overdag op basis van waterkracht extra (groen gelabelde) energie leveren.

Een andere belangrijke factor in de kosten is het al dan niet opwerken van de gebruikte splijtstaven. De opwerking is nu zo duur dat de uraniumprijs tot boven de 360 dollar per kg moet stijgen op opwerking aantrekkelijk te maken (de huidige prijs is ca. 40 euro per kg). De back-end kosten van de keten nemen bij opwerking met 80% toe. Er wordt dan ook meestal gekozen voor het pad van de directe opslag. Bunn et al, 2003

Een belangrijk argument van de tegenstanders van kernenergie is dat in deze kostprijsberekening een deel van de kosten verborgen blijft. Zo is het niet mogelijk een kerncentrale volledig te verzekeren omdat deze risico’s te groot zijn. Er wordt dan ook een maximum van 700 miljoen gehanteerd, bij een kernramp zullen de overige kosten ten laste van de overheid komen. Daarnaast zou er veel onzekerheid zijn over de kosten van ontmanteling en de eindopbergplaats voor het afval. Er is een garantiefonds dat deze kosten moet dekken, maar tegenstanders claimen dat dit lang niet de werkelijke kosten dekt. Het is moeilijk in te schatten of deze claims stand houden, wel is het duidelijk dat er weinig ervaring is met ontmanteling van de centrale en definitieve opslag van het afval. Deze externe kosten worden door de tegenstanders ook wel verborgen subsidies genoemd.

De overheidsinvesteringen in Research en Development (R&D) naar kernenergie worden door de tegenstanders ook tot verborgen subsidies gerekend. De grafiek hieronder geeft de uitgave van de International Energy Agency (IEA) leden weer voor de verschillende energiebronnen. LCET staat voor Low Carbon Energy Technologies, de investeringen in LCET komen voor rekening van de fossiele brandstoffen. Merk op dat het aandeel publiek onderzoeksgeld dat in het onderzoek naar kernenergie gestopt wordt tot voorkort meer dan tweemaal zo groot was als dat voor hernieuwbare energiebronnen. Bron: IEA

Kernenergie RD&D.png

Meer informatie over: de onzekerheden in de kosteninschatting

Alternatieven

De kosten voor windenergie op land liggen in Nederland tussen de 4,1 tot 8,4 cent per kWh en die voor wind op zee tussen de 8,6 tot 11,2 cent per kWh. Bron: ECN Op windenergie worden subsidies verstrekt om de onrendabele top te vergoeden. Dit is wel van belang voor investeerders maar dat maakt voor de maatschappelijke kostprijs niet uit.

Kernenergie is een basislastvoorziening. Windenergie is geen constante bron zodat er een back-up faciliteit moet zijn als de wind gaat liggen zoals gasturbine centrales. Bron: Fact Finding Kernenergie samenvatting, ECN p. 65 en 66

Een ander alternatief is de waterkrachtcentrale: in Nederland zijn die relatief duur (9cent per kWh) maar in landen waar het water een hoog verval kent zijn de kosten per kWh zelfs lager dan die van fossiele brandstoffen. Aangezien de energiemarkt steeds meer Europees georiënteerd is, zou waterkracht een goede concurrent van kernenergie kunnen zijn.


Conclusie

Kernenergie is een controversiële manier van energieopwekking. Dat is terug te zien in de maatschappelijke discussie maar ook in de wetenschappelijke discussie. Er zijn veel belangenorganisaties die de informatie van de wetenschappers selectief gebruiken. Het is vaak moeilijk een oordeel te vellen over de kwaliteit van de verschillende studies. Er zijn duidelijk nog gaten in de kennis over de keten van kernenergie. Met name de back-end is nog steeds een onzekere factor die alleen op papier bestaat.

De emissies die vrijkomen in de keten van kernenergie zijn vergelijkbaar met die van hernieuwbare energiebronnen als windenergie zolang er niet grootschalig op kernenergie wordt overgestapt want dan kunnen de emissies in de gehele keten sterk oplopen. De bandbreedte van de totale emissies en daarmee de onzekerheid over deze emissies is echter groot. De kosten per kWh voor kernenergie zijn sterk afhankelijk van de investeringshoogte, de gemiddelde bezettingsgraad en de operationele levensduur. De uiteindelijke kosten van kernenergie zijn verder nog onzeker zolang er geen ervaring is met het ontmantelen van de centrales en de definitieve opslag van het afval.

Naast de CO2 emissies speelt de uitstoot van andere broeikasgassen ook nog een rol maar hoe hoog de emissies van deze gassen zijn blijft onduidelijk.

Eén ding is zeker: de bouw van een nieuwe centrale duurt lang, wat begint bij het aanvragen van alle benodigde vergunningen. Dat betekent dat kerncentrales in Nederland geen rol van betekenis kunnen spelen bij het behalen van de klimaatdoelstellingen voor 2020.


Links

Powered by MediaWiki
  • Deze pagina is het laatst bewerkt op 6 jan 2011 om 13:16.
  • Deze pagina is 9.092 keer bekeken.
  • Privacybeleid
  • Voorbehoud